Hielprik en gehoortest

Je kindje wordt met een hielprik en een gehoortest onderzocht in de eerste week na de geboorte. Hiermee kan snelle opsporing van een afwijking, schade aan de gezondheid voorkomen of beperken.

Hielprik

In de eerste week na de geboorte wordt wat bloed afgenomen uit de hiel van je baby. Dit bloed wordt in een laboratorium onderzocht op een aantal zeldzame ziektes. Snelle opsporing kan schade aan de gezondheid voorkomen of beperken. Deze ziektes zijn niet te genezen, maar wel te behandelen met bijvoorbeeld medicijnen of een speciaal dieet. Als blijkt dat je kind een zeldzame ziekte heeft, dan worden jullie doorverwezen naar een kinderarts. De hielprik zal door een medewerker van Jeugdgezondheidszorg van de GGD bij jullie thuis worden uitgevoerd tussen de vierde en achtste dag na de bevalling. Zij zal nogmaals uitleg geven en om jouw toestemming vragen voor het uitvoeren van de hielprik.

Als de uitslag van het onderzoek goed is, ontvang je geen bericht. Wanneer er een afwijkende uitslag is gevonden, ontvang je wel bericht over de uitslag. Je huisarts neemt in dat geval zo snel mogelijk contact met je op. De huisarts zal je informeren over de mogelijkheden van vervolgonderzoek

Meer informatie over de hielprik vind je op de website van het RIVM

Gehoortest

In de eerste week na de geboorte wordt het gehoor van je baby getest. Dat gebeurt meestal thuis. De test duurt enkele minuten en doet geen pijn. De uitslag is meestal meteen bekend.

Een goed gehoor is belangrijk. Als een kind niet goed hoort, leert het bijvoorbeeld niet goed praten. Hoe eerder wordt ontdekt dat je baby niet goed hoort, hoe sneller een behandeling kan beginnen. De gehoortest wordt gedaan tijdens hetzelfde bezoek als voor de hielprik.

Meer informatie over de gehoortest vind je op de website van het RIVM