Reactie op het stopzetten van het Zweeds onderzoek over inleiden van de baring bij 41 weken

By 24 november 2019Nieuws

De beroepsverenigingen van verloskundigen (KNOV) en gynaecologen (NVOG) vinden het begrijpelijk dat het onderzoek is gestopt, maar moeten het nog zorgvuldig bestuderen om conclusies te trekken. Er zijn veel studies op dit vlak die een divers beeld geven, waardoor over wel of niet inleiden, nog geen eenduidige conclusie is te trekken. De KNOV en NVOG trekken hierin samen op om deze uitkomsten naar de praktijk te vertalen. Zij gaan o.a. gezamenlijk de richtlijn herzien en een keuzehulp maken voor vrouwen die 41 weken zwanger zijn. Daarmee kunnen de vrouwen een goed geïnformeerde afweging maken of ze ingeleid willen worden of willen afwachten.

Inleiden, voor en nadelen goed bespreken

We zijn geschrokken van de sterftes in het Zweedse onderzoek. Het is te begrijpen dat de eerste reflex is om alle zwangeren een inleiding aan te bieden bij 41 weken. Toch is het de vraag of dat het beste is.

Inleidingen hebben ook nadelen. De meeste vrouwen willen het liever niet; in het Zweedse onderzoek wilden 78% van vrouwen niet meedoen en in de Nederlandse Index studie 59%. Het is dus de vraag of de resultaten van deze studies van toepassing zijn op de hele groep vrouwen die 41 weken zwanger zijn. De wee├źn zijn vaak pijnlijker zodat vrouwen vaker pijnbestrijding nodig hebben; in de Zweedse trial hadden meer vrouwen een ruggenprik. Ook zijn er aanwijzingen dat kinderen 5 jaar na de geboorte meer gezondheidsproblemen hebben, zoals infecties.

De voor- en nadelen moeten dus goed worden afgewogen. Daarbij is het niet alleen belangrijk dat een kind gezond is bij de geboorte, maar ook op latere leeftijd. En het is belangrijk dat een vrouw gezond is en goed terug kijkt op de bevalling.

Van alle zwangeren wordt nu al meer dan 1 op de 5 ingeleid. In Nederland bevallen minder vrouwen na 42 weken (1.3%) dan in Finland (4%) terwijl de babysterfte in Finland lager is. Meer vrouwen inleiden zal maar weinig invloed hebben op de babysterfte in Nederland.

Meer dan driekwart van alle sterftes vindt plaats onder vroeggeboren kinderen. Het aantal vroeggeboorten in Nederland is hoog (6.9%) vergeleken met Finland (5.2%). Hier is dus winst te halen. Preventie is hiervoor belangrijk, bijvoorbeeld door vrouwen te helpen om te stoppen met roken en een gezonde leefstijl aan te nemen. Daarnaast leidt begeleiding door een klein team vertrouwde zorgverleners tijdens het hele traject van een kind krijgen tot een kwart minder vroeggeboortes.